Moeite om belastingaanslag te betalen? Sabewa en gemeenten geven meer lucht

Zeeuwen die door de coronacrisis moeite hebben om hun gemeentelijke en waterschapsbelastingen te betalen, krijgen meer lucht. Het was al mogelijk om uitstel van betaling te krijgen tot 1 juli. Die termijn wordt verlengd tot 1 september. Lees meer...

Voornaamste oorzaak groeiende armoede is jaarlijkse verlaging van de bijstandsuitkering

Het aantal mensen dat in armoede leeft kan flink afnemen, als de overheid het beleid omgooit. Maar dat kost wel geld en banen, schrijven het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Centraal Planbureau (CPB) in een omvangrijke studie naar de effecten van het Nederlandse armoedebeleid.

De voornaamste oorzaak van de groeiende armoede is volgens SCP en CPB de jaarlijkse verlaging van de bijstandsuitkering die door de overheid in 2011 is ingezet. Die maatregel is bedoeld om het inkomensverschil tussen werk en bijstand groter te maken, waardoor het meer loont voor mensen om vanuit de bijstand aan het werk te gaan.

Als de verlaging van de bijstand al volgend jaar zou stoppen in plaats van in 2035 - zoals nu de bedoeling is - dan lopen mensen in de bijstand bijna 50 procent minder risico op een leven in armoede, concluderen de onderzoekers. Lees meer...

Bron: NOS

 

Met het huidige kabinetsbeleid neemt de armoede in Nederland de komende jaren met ruim een kwart toe. De stijging van armoede komt met name door de verlaging van de bijstand tot en met 2035. Dit terwijl armoede in Nederland een hardnekkig probleem is dat de kwaliteit van leven voor circa één miljoen mensen dagelijks ondermijnt. Dit is nog zonder de effecten van de coronacrisis mee te rekenen. Gerichte maatregelen om armoede te verminderen zoals de verhoging van de bijstand, zijn effectief, maar kosten geld en vaak banen blijkt uit het zojuist verschenen onderzoek Kansrijk Armoedebeleid van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Bron: SCP

Lees hier de publicatie Kansrijk Armoedebeleid

Uitzonderingspositie tweedegraads bloedverwanten in Participatiewet blijft bestaan

In de Participatiewet zijn bloedverwanten in de tweede graad, zoals broer en zus of grootouder en kleinkind, bij een beroep op bijstand uitgezonderd van de gehuwdennorm als ze een gezamenlijke huishouding voeren en er bij een van hen sprake is van een indicatie langdurige zorg.

Eind 2016 bestempelde de CRvB dit onderscheid in de Participatiewet als discriminatoir. Ze oordeelde dat de uitzondering daarom ook moest gelden voor alle andere personen die een gezamenlijke huishouding voeren en waarvan er één langdurige zorgbehoefte heeft. De Hoge Raad bevestigde vervolgens in zijn arrest de discriminatie, maar vernietigde het oordeel van de CRvB als zijnde duidelijk in strijd met het uitgangspunt in de Participatiewet. 

Staatssecretaris Van Ark sluit aan bij het arrest van de Hoge Raad dat aangeeft dat een uitbreiding van de uitzondering naar ook niet-bloedverwante personen die een gezamenlijke huishouding voeren, strijdig is met het uitgangspunt van de Participatiewet om bij de beoordeling van het recht op bijstand in situaties van een gezamenlijke huishouding rekening te houden met de middelen van de partner, ongeacht de graad van verwantschap. De Participatiewet biedt overigens de mogelijkheid om bij individuele schrijnende gevallen financiële hulp te bieden.


Gevolgen
Nu de specifieke bepaling in de Participatiewet blijft bestaan, zullen gemeenten en de SVB zich aan de letter van de nu geldende wet moeten houden en de uitzondering langdurige zorgbehoefte alleen op samenwonende bloedverwanten in de tweede graad kunnen toepassen. De rechter zal bij een eventuele volgende zaak opnieuw uitspraak doen. Hierbij heeft de rechter de keuze tussen het toepassen van de uitzonderingsbepaling op ook samenwonende niet-bloedverwanten, of het geheel buiten toepassing laten van de uitzonderingsbepaling.